Weekprogramma Filmhuis Gouda voor donderdag 24/11 t/m woensdag 30/11
Essential killing
Do 24, Ma 28, aanvang 20.30 uur
Vr 25, aanvang 21.45 uur
El bulli – cooking in progress
Di 29, aanvang 14.00 uur
The tree of life
Wo 30, aanvang 20.30 uur
Habemus Papam
Vr 25, Za 26, aanvang 19.00 uur
Zo 27, aanvang 16.00 uur
Di 29, aanvang 20.30 uur
The future
Za 26, aanvang 21.45 uur
Zo 27, aanvang 20.30 uur
Essential killing
regie: Jerzy Skolimowski
met: Vincent Gallo, Emmanuelle Seigner
POL 2011 • thriller • 83 min.
ESSENTIAL KILLING opent met een groepje verveelde Amerikaanse soldaten op patrouille in een onherbergzaam gebied. In een grot stuiten ze op een man met baard – een talibanstrijder, een terrorist? – maar door hun lakse reactie weet de man de soldaten met een handgranaat uit te schakelen. De man vlucht, achterna gezeten door een Amerikaanse helikopter. Hij wordt opgepakt, verhoord en gemarteld. Gelaten ondergaat hij zijn lot, zo lijkt het. Maar wanneer zich tijdens zijn reis naar een Oost-Europese gevangenis de kans voordoet te ontsnappen, aarzelt hij geen moment. Nu moet hij zijn vijanden voor zien te blijven in een uitgestorven, onbekend winters land. Dat haalt de essentie van zijn bestaan in hem naar boven: een nietsontziende overlevingsdrang.
De Volkskrant windt er geen doekjes om: 'ESSENTIAL KILLING is een even rauwe, afstotende als aangrijpende film die door de wezenlijke levensvragen zeer de moeite waard is.' Ook andere filmcritici schrijven lovend over deze lang niet makkelijke, maar onontkoombare film van de eigenzinnige Poolse cineast Jerzy Skolimowski – tevens dichter, schilder, schrijver, acteur, bokser.
Tijdens het Filmfestival van Venetië bekroonde een jury onder leiding van Quentin Tarantino ESSENTIAL KILLING vorig jaar met de grote juryprijs en de prijs voor de beste acteur (Vincent Gallo). Eén ding is zeker: de 73-jarige regisseur is erin geslaagd de gemoederen te beroeren met zijn film over een door de Amerikanen opgejaagde Afghaan. Een politieke film? De regisseur vindt zelf van niet. Maar wél een film die vragen oproept over macht en onmacht, strijd, oerdriften en beschaving. Antwoorden krijg je niet, de vragen zetten je aan het denken. Is dat niet wat een film moet doen?
El Bulli – cooking in progress
regie: Gereon Wetzel
met: Ferran Adria, Oriol Castro, Eduard Xatruch
DUI 2011 • documentaire • 108 min.
Terwijl gemakskoken en kant-en-klaar maaltijden al jaren in opmars zijn, groeit tegelijkertijd de belangstelling voor kookprogramma's – sinds kort is er zelfs een speciaal kookkanaal op TV. Er blijkt een markt voor exotische ingrediënten, complexe recepten en experimenten in de keuken. Maar echte foodies willen natuurlijk méér. Zij worden op hun weken bediend met de documentaire EL BULLI – COOKING IN PROGRESS van de Duitse regisseur Gereon Wetzel. Met grote precisie en zonder commentaar registreert hij de handelingen van koks bij het koken, bakken, grillen, stoven, stomen, vacuüm zuigen en in vloeibaar stikstof dompelen van ingrediënten.
El Bulli is het befaamde driesterrenrestaurant aan de Spaanse oostkust, waar meesterkok Ferran Adrià de scepter zwaait. Of zwaaide, beter gezegd, want 'het beste restaurant ter wereld' sloot afgelopen zomer zijn deuren. Zeker niet vanwege gebrek aan klandizie, maar omdat Adrià zich verder wil gaan toeleggen op de kookkunst zonder de ballast van het runnen van een toprestaurant. Hij wil El Bulli ombouwen tot een kooklaboratorium.
Wetzel was dus mooi op tijd met het vastleggen van Adrià's kookkunsten. Een jaar lang mocht hij (letterlijk) een kijkje nemen in de keuken van het walhalla van de fijnproevers, dat overigens alleen in de zomerdagen was geopend. De andere zes maanden werkte Adrià met zijn manschappen in een gastronomisch lab in Barcelona aan de ontwikkeling van een nieuw 30-gangenmenu. Mooi is te zien hoe Adrià de grote lijnen uitzet en het werk overlaat aan zijn chefkoks. Zelf is hij echter de finale keurmeester: hij proeft, ruikt, voelt, kijkt. Zijn koks kijken ademloos toe... gaat dit gerecht het redden?
The tree of life
regie: Terrence Malick
met: Brad Pitt, Sean Penn, Jessica Chastain
USA 2011 • drama • 138 min.
In de aanloop naar het Cannes Filmfestival was THE TREE OF LIFE één van de meest besproken films. Naar verluidt werkte de Amerikaanse regisseur Terrence Malick bijna dertig jaar aan dit drama, dat eigenlijk al in 2010 zijn première zou beleven aan de Côte d'Azur. Maar de maniakaal perfectionistische Malick (die sinds begin jaren zeventig slechts vijf films maakte) schaafde vervolgens nóg eens een jaar aan wat zijn meesterwerk moest worden. Die huisvlijt werd beloond, want THE TREE OF LIFE won de Gouden Palm voor de beste film. Overigens kwam de mensenschuwe Malick die prijs niet zelf ophalen, en liet hij ook alle PR-verplichtingen over aan zijn hoofdrolspeler Brad Pitt.
In Malick's film laat Pitt net als in BABEL zien dat hij echt goed kan acteren. Hij speelt een zeer strenge huisvader, die in de sobere jaren vijftig van de vorige eeuw zijn drie zoons keihard opvoedt. Hoewel zijn vrouw (Jessica Chastain) veel zachtaardiger is, drukt de streng-gelovige vader een zwaar stempel op de jeugd en ontwikkeling van zijn zoons. Je hoeft geen pedagoog te zijn om te begrijpen dat zoiets niet goed zal aflopen. Als kijker zien we deze jeugdjaren als flashbacks van één van die kinderen, Jack O'Brien (Sean Penn), die als getroubleerde veertiger terugblikt op zijn traumatische jeugd.
Maar THE TREE OF LIFE is véél meer dan een familiedrama: het is ook een persoonlijke bespiegeling van Malick over de rol van het geloof, de filosofie, de evolutie, etcetera. Zo stopte de eigenzinnige regisseur er een lang intermezzo in over het ontstaan van de aarde - vol natuuropnamen die de verbeelding bijna te boven gaan. Volgens de Volkskrant is de film een tegendraads meesterwerk dat soms op het randje van kitsch zit. 'En toch haalt de film alle mogelijke bedenkingen ook weer onderuit. Door de wonderbaarlijke montage, de prachtige muziekkeuze en het ongelooflijk precieze, lyrische camerawerk. Maar vooral door de ontroering, die zonder pardon toeslaat.'
Habemus Papam
regie: Nanni Moretti
met: Michel Picoli, Margherita Buy, Jerzy Stuhr
ITA 2011 • drama • 102 min.
De paus is dood, lang leve de paus! Maar zo simpel is het niet in de film HABEMUS PAPAM ('Wij hebben een paus'). Integendeel. Op het moment dat, na een zenuwslopend stemproces, de nieuwe paus aangekondigd wordt vanaf het balkon van het Vaticaan, schreeuwt de gekozen herder: 'Ik kan het niet'. Hij weigert te verschijnen, de één miljard katholieke gelovigen in de wereld en de wachtenden op het plein in vertwijfeling achterlatend.
Wat te doen? Regisseur Nanni Moretti (regisseur van LA STANZA DEL FIGLIO, acteur in CAOS CALMO) kiest een onorthodoxe oplossing: het Vaticaan laat een psychotherapeut komen om de net gekozen kardinaal Melville (Michel Piccoli) om te praten. Als hij het maar niet over seks, Melville's moeder of zijn fantasieën heeft. Voor de zekerheid blijven de kardinalen tijdens de gesprekken dicht in de buurt. Geen wonder dat de psycholoog, gespeeld door Moretti zelf, niet veel verder komt. De toekomstige paus maakt ondertussen van de consternatie gebruik en ontsnapt.
Hij dwaalt door de volkswijken van Rome waar hij bij de bakker, in de bus en in een theater eindelijk weer eens gewone mensen ontmoet. Mooi is hoe Piccoli door minieme gezichtsuitdrukkingen de strijd in zijn binnenste toont, terwijl hij de beslissing van zijn leven neemt. Ondertussen mag de ongelovige psychotherapeut het Vaticaan niet uit omdat hij als een van de weinigen de naam van de nieuwe paus kent. Om het groepsgevoel te versterken organiseert hij een volleybaltoernooi, waarin de kardinalen zich van hun meest menselijke kant laten zien. De voornaamste kritiek die de geëngageerde Moretti dan ook kreeg is dat zijn film te lief zou zijn.
The future
regie: Miranda July
met: Miranda July, Hamish Linklater
USA 2011 • komedie, romantiek • 91 min.
In 2005 maakte de Amerikaanse performance-kunstenaar Miranda July het veelbejubelde ME AND YOU AND EVERYONE WE KNOW, misschien wel de opvallendste – en leukste – film van dat jaar. Het mooie van haar debuut was dat de film zich amper in één hokje liet duwen: het bleek een verfrissend mengsel van komedie, drama, autobiografische docu en allerlei andere genres. July wachtte vervolgens bijna zes jaar met het maken van haar tweede speelfilm, THE FUTURE, die opnieuw nauwelijks met een andere film te vergelijken valt.
Net als in haar debuut speelt July ook in THE FUTURE weer zelf de hoofdrol. Ook dit keer is ze weer een uitvergrote versie van zichzelf: de drukke en enigszins neurotische dertiger Sophie, die worstelt met moderne levensvragen. Sophie woont al tijden samen met haar vriend Jason (Hamish Linklater), maar hun relatie komt op zijn kop te staan als ze besluiten een kat te adopteren uit het asiel. Die beslissing dwingt het duo tot reflectie. Wat willen ze in de toekomst bereiken? Kunnen ze samen wel voor een kat zorgen? Of voor een kind? En minstens zo belangrijk: houden ze nog wel genoeg van elkaar?
Gaandeweg geeft THE FUTURE de antwoorden op deze vragen. Gelukkig gebeurt dat niet volgens de bekende paden – zo wordt het verhaal deels verteld via de voice-over van de adoptiekat. Bizar? Ja. Grappig? Ook, al is het verhaal veel minder optimistisch dan in July's debuut. Opvallend is hoe zij in haar film een spel speelt met de tijd. 'THE FUTURE gaat over tijd als iets wat mensen kunnen overwinnen', zo filosofeerde July in de Filmkrant. 'Je kunt de toekomst niet plannen en je kunt niet helemaal in het heden leven. Dat geeft weerzin, maar ook een bepaalde opwinding.' Precies zoals de film zelf eigenlijk.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


